Wijziging pensioenreglement ingevolge de wet van 18 december 2015

Voortaan zullen werknemers die met vervroegd pensioen gaan, maar (i) een volledige loopbaan van 45 jaar kunnen aantonen en (ii) tot op het moment van pensionering actief zijn gebleven, genieten van een voordelige fiscale behandeling van hun aanvullend pensioenkapitaal aan 10%.

 Ingevolge de wet van 18 december 2015 zijn werknemers verplicht om hun aanvullend pensioenkapitaal op te nemen wanneer ze met wettelijk pensioen gaan. Dit is ook het geval voor werknemers jonger dan 65 jaar, die een volledige loopbaan van 45 jaar bereikt hebben, en bijgevolg aanspraak kunnen maken op een volledig wettelijk pensioen.

 Werknemers die hun pensioen opnemen op de wettelijke pensioenleeftijd, en tot die leeftijd professioneel actief zijn gebleven, worden voor hun aanvullend pensioen belast aan een gunsttarief van 10% (bedrijfsvoorheffing 10,09%), en dit ongeacht of zij al dan niet een volledige carrière van 45 dienstjaren hebben of niet.

 Bij werknemers die hun pensioen opnamen voor het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd maar een volledige loopbaan van 45 jaar bereikt hadden, werd hun aanvullend pensioen belast aan een tarief van 16,5% (bedrijfsvoorheffing 16,66%).

 De wetgever vond dit verschil onrechtvaardig en heeft daarom de definitie van “wettelijke pensioenleeftijd” in het Wetboek Inkomstenbelastingen gewijzigd. De wettelijke pensioenleeftijd wordt in het Wetboek Inkomstenbelasting voortaan niet enkel meer gedefinieerd als zijnde 65 jaar (vanaf 2025: 66 jaar en vanaf 2030: 67 jaar), maar nu ook als “het voldoen aan de voorwaarden voor een volledige loopbaan”. Dit maakt dat werknemers die hun pensioen opnemen na 45 dienstjaren ook kunnen genieten van het gunsttarief van 10% (bedrijfsvoorheffing 10,09%) op hun aanvullend pensioen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *